24e zondag door het jaar
Ecclesiasticus 27,30-28,7; Matteüs 18,21-35.

OUD WORDEN
Het is een geluk om oud te mogen worden.
Je mag terugzien op je leven.
Je bent wijs door geworden
door alle wisselvalligheden heen.
Je krijgt de tijd om te ontdekken
wat wel en niet echt belangrijk is.
De dwang van de vele verplichtingen,
het opgejaagd worden door prestatiedrang:
je mag ze rustig naast je neerleggen.
Oud mogen worden geeft je de kans
om echt mens te worden.
Je krijgt de tijd om te léven
en ook om naar je levenseinde te groeien.
Je mag je leven voleindigen.
Maar oud worden is ook voelen,
dat je krachten afnemen.
Je voelt de pijn, omdat lieve mensen
je ontvallen.
Je kunt niet zo goed meer uit de voeten;
je verstaat niet meer wat anderen zeggen
en soms zeg je zelf tweemaal hetzelfde.
Oud worden is ook beperkt worden
in je bewegingsvrijheid.
Je voelt je soms onzeker, een sta-in-de-weg.
Je wordt afhankelijk van de zorgen van anderen.
Het is steeds meer je eigen leven uit handen geven.
Oud worden is goed, maar oud zijn
kan pijn doen en verdrietig maken.
Het is een geluk, als je in je oud-zijn
mensen mag ontmoeten, die je op handen dragen;
mensen, die vol respect in jouw zorgen delen
en die willen meegenieten van jouw vreugde.
Wim Holterman osfs


