Salesiaans Contact juni 2025
In het laatste Salesiaans Contact hebben we beloofd om nog even terug te komen op ons 150 – jarig jubileum. Marja Willink heeft gepoogd om zo goed mogelijk de sfeer en de inhoud van dit geweldige feest weer te geven.
Verder willen we in dit nummer onze medebroeder Willem Spann gedenken, die op 8 april 2025 in de leeftijd van 91 jaar is overleden. Zijn ‘In memoriam’ is als een klein monument om hem te blijven gedenken en als een teken van onze dankbaarheid voor alles wat hij heeft gedaan en betekend in zijn lange leven.
Namens de redactie wens ik u een mooie junimaand toe en graag tot ons volgende ‘Contact’.
Wim Holterman osfs
EEN FEESTELIJK JUBILEUM: 150 JAAR OSFS
Wat was 8 mei 2025 een bijzondere dag! We vierden het feest van het 150-jarig bestaan van de congregatie van de Oblaten van Franciscus van Sales. Sommigen van ons dachten op deze dag met een zekere weemoed terug aan de 8-meibeweging waarbij duizenden katholieken in veemarkthallen bij elkaar kwamen en zongen dat de steppe zou gaan bloeien. En aan het eind van deze dag kwam Kees langs de tafels om te vertellen dat er een nieuwe paus was. Maar dat was pas aan het slot van een heel feestelijke dag.
We begonnen de dag in Sprundel waar we werden ontvangen met koffie en het traditionele Brabantse worstenbroodje en welkom werden geheten door Don, Marie-José en Igna die – samen met Netty – de voorbereidingen op zich hadden genomen.
We waren met een grote groep, ook Oblaten uit Frankrijk en Duitsland, vertegenwoordigers van verschillende religieuze organisaties in

Nederland, zusters uit Schijndel waren aanwezig en met alle vriendenkringen erbij kwamen de gesprekken al snel op gang.
Het officiële welkom was in de kapel en op weg daarnaar toe bewonderden wij de bijzondere verbouwing van het hele complex en de wijze waarop een deel van de oorspronkelijke kerk behouden was. Kees is in Sprundel opgegroeid en had allerlei herinneringen aan de tijd dat hij er misdienaar was en gevaarlijke toeren moest uithalen om kaarsen in de hoogte aan te steken.
De kapel was een prachtige omgeving om samen te zijn en ook het lied te zingen dat Jack de Groot voor deze gelegenheid had geschreven: ‘Komt vrienden, laat ons hier verheugen…” De melodie was bekend genoeg om uit volle borst mee te zingen.
Vervolgens luisterden wij naar een tekst die geschreven was door prof. Peter Nissen. Helaas kon hij ons niet zijn verhaal persoonlijk vertellen, omdat hij enkele dagen daarvoor getroffen was door een beroerte. Kees nam het op zich om de tekst uit te spreken.
Het is ondoenlijk om een samenvatting te geven van de lezing, maar ik heb hem kunnen nalezen waardoor de essentie nog beter doordringt. Zijn verhaal is het herlezen waard.
Peter Nissen nam ons mee in de ontstaansgeschiedenis van vele congregaties en plaatste die in hun tijd. Het begon met inspiratie in gemeenschappen en die raakte gestold in bepaalde kaders en vormen. De beweging werd een instituut. In onze tijd moeten we afscheid nemen van de congregaties in hun oude vorm en van de instituten. We moeten weer terug zien te gaan naar de beweging, de oorspronkelijke inspiratie. En dan komt Peter Nissen uit bij de kwetsbaarheid van de mens die wij moeten zien en accepteren en die ons oproept tot barmhartigheid. Daarin herkennen we Frans van Sales. Er is in onze tijd een nieuwe theologie in opkomst die de kwetsbaarheid van de mens tot uitgangspunt neemt en die in die kwetsbaarheid God ontwaart.
Na de lezing begaven wij ons weer naar de zaal beneden, waar vrijwilligers van de parochie en het dorpshuis ‘De Trapkes’ ons verwenden met een lekkere lunch. Er was ook nog tijd voor een wandelingetje en velen liepen even het aangrenzende Fatimapark met Mariabeeld in.
Om 15.00 uur vierden we samen in de kapel de eucharistie. Alle Oblaten waren erbij betrokken. Kees Jongeneelen en Wim Holterman vertelden hoe zij ooit hun roeping hadden gevolgd om in de voetsporen van Franciscus van Sales te treden.

Het meest ontroerende moment van de dag vond ik de lichtprocessie aan het eind van de viering. We kregen allemaal een mooie kaars die werd aangestoken aan de grote jubileumkaars en we zongen ‘Licht dat terugkomt, hoop die niet sterven wil, vrede die bij ons blijft’. Door de voortdurende herhaling werd het een mantra dat hart en ziel raakte.
Een feest met de Oblaten is niet compleet als er niet ook lekker gegeten kan worden, dus we waren uitgenodigd om na de viering naar restaurant Le Jardin te gaan voor een diner. Van het aperitief konden we op het terras in de zon genieten en daarna gingen we aan mooi gedekte tafels voor het diner. We kregen prachtig opgemaakte gerechten die heerlijk smaakten en we dronken daarbij een goed glas. Zo werd de dag heel feestelijk afgerond.
Het jubileum was zorgvuldig voorbereid met een mooie uitnodiging, een programmaboekje en liturgieboekje. De bloemen op de tafels en in de viering, verzorgd door Annerie, maakten het geheel feestelijk.
Dankzij de liefdevolle samenwerking van veel mensen werd het een bijzondere dag waarin dankbaar werd teruggekeken en hoopvol vooruit .
Het is een mooie herinnering geworden.

Marja Willink
Een dankbare herinnering aan het leven van
Pater Willem Spann
Willem werd geboren in Millingen aan de Rijn op 9 juni 1933. Hij trad op 30 augustus 1951 toe tot de Congregatie van de Oblaten van Franciscus van Sales en werd door Mgr. W. Bekkers priester gewijd op 21 februari 1959. Op 8 april 2025 is hij – gesterkt door het Sacrament van de Zieken – overleden. Op 15 april 2025 hebben we in een plechtige Eucharistieviering afscheid van hem genomen en hem begraven bij zijn medebroeders op het kerkhof Broekhoven in Tilburg.
Bij dit afscheid mogen we het levensboek van Willem Spann nog eens openslaan. Het is een boeiend levensverhaal geworden van een lang en veelzijdig leven. Eigenlijk was het nog niet af. Hij wilde – zoals hij altijd zei – net als zijn moeder 102 worden. De schrijver van zijn levensverhaal heeft echter anders beslist.
Het eerste hoofdstuk speelt zich grotendeels af in Millingen aan de Rijn. Hij was de oudste van het gezin. Zijn vader was een van de laatste zalmvissers, die zich later omschoolde tot metselaar. Het waren tijden van armoede en crisis en later van oorlog. Willem werd er misdienaar en koorknaap. In 1944 moest het hele gezin evacueren naar Lichtenvoorde. Daar kreeg hij les van een frater van Utrecht. In die tijd werd hij geraakt door een granaatscherf. Hij verloor veel bloed. Dankzij het bloed van een frater heeft hij kunnen overleven.
Het tweede hoofdstuk brengt ons naar Tilburg naar het klein seminarie van de Oblaten in Tilburg. Hij was een goede student. Na zes jaar verkaste hij naar Nijmegen voor het noviciaat. Daarna nog zes jaar Beek en Donk voor zijn filosofie- en theologiestudie. Hij werd in 1959 priester gewijd door bisschop Bekkers. Vervolgens studeerde hij klassieke talen aan de Universiteit van Nijmegen. Daarna was hij 25 jaar lang leraar aan het Mill-Hill-college. Samen met de leerlingen runde hij het tijdschrift ‘Argemo’. Hij ging met hen op kamp, ook om hun interesse voor archeologie te wekken. In de weekenden was hij bovendien assistent bij pastoor Hexspoor in Goirle.
Het derde hoofdstuk begint in 1986 met zijn benoeming als pastoor van de H. Geestparochie in Goirle. Met zijn zus Ria als gastvrouw was hij er werkzaam tot in 1998 ‘zijn’ kerk werd gesloten. In die jaren vond hij daar zijn favoriete plek: de preekstoel, want zo zei hij: ‘Ik wil het geloof verkondigen’. Na de sluiting van de kerk bleef hij pastoraal nog vier jaar actief in Goirle, o.a. in de Guldenakker. Het waren voor hem goede en zinvolle jaren.
Op verzoek van Willems moeder om een medaille van frater Andreas belde hij aan bij het Generalaat van de fraters. Dit luidde het vierde hoofdstuk van zijn levensverhaal in. Hij werd uitgenodigd om te komen wonen op het Generalaat, o.m. om zich bezig te gaan houden met de coördinatie van het Frater-Andreasbureau. In maart 2015 werd hij voorgedragen als vice-postulator voor de zaligverklaring van Frater Andreas.
De laatste negen jaren woonde Willem in de communiteit van fraters in dit huis. Hij voelde zich hier goed. Zolang hij kon ging hij hier in deze kapel voor in de Eucharistievieringen en gaf steeds weer een pakkende gedachte mee.
Als een rode draad door al die hoofdstukken loopt zijn binding met zijn geboortedorp. Heemkunde was zijn grote hobby. Hij publiceerde er regelmatig over in de periodiek van ‘de Duffelt’. Als waardering voor al zijn onderzoekingen kreeg hij zelfs een koninklijke onderscheiding. Ook het ‘Willem Spann bankje’ op de dijk is er een blijvende herinnering aan hem.
Het belangrijkste hoofdstuk vormt zijn Oblaat zijn. Al vanaf zijn jonge jaren heeft hij zich verdiept in de Salesiaanse spiritualiteit. Hij heeft enorm veel teksten van onze heilige vertaald en zich eigen gemaakt. Jarenlang heeft hij geschreven voor ons Salesiaans Contact. Ook was hij – als enige Nederlandse Oblaat- zes jaar lid van ons Generaal Bestuur. Hij droeg zorg voor onze bibliotheek en was altijd aanwezig op onze gezamenlijke bijeenkomsten. Zijn inbreng werd steeds erg gewaardeerd. Belangrijkste was dat hij probeerde te leven in de geest van onze stichters in een geest van geduld, van zachtmoedigheid en optimisme.
Zijn novicemeester schreef ooit over Willem: ”hij is zeer goed onderlegd, gedienstig, en ingetogen. luistert wel naar de overste, maar heeft de neiging om zijn eigen weg te gaan of te eigenwijs te oordelen. Ook dat was Willem.
Wij als Oblaten zijn hem veel dank verschuldigd en zullen hem blijven herinneren als een fijne medebroeder.
Ten afscheid hebben we – in deze Goede Week – gelezen in het evangelie over het lijden en sterven van Jezus. Willem kende ook het lijden. We herinneren ons zijn open hartoperatie. Later moesten zijn krachten opgepept worden met epo. Een val in januari j.l. luidde zijn heengaan in. Ook zijn laatste heupoperatie kon hem niet redden. En zo is hij op 8 april rustig in zijn slaap overleden. Zijn levensboek werd gesloten, maar niet voorgoed zo hopen en geloven wij.
Daarom hebben we ook het Paasverhaal gelezen, een verhaal van gelovig vertrouwen over de grens van de dood heen. Het is een verhaal van onze God, die ook het leven van Willem vasthoudt. Ook al lijkt zijn levensboek gesloten: God legt het weer open. Zo mogen wij geloven. God schrijft zijn verhaal verder met letters van licht en vrede. Een verhaal van een eeuwig Pasen, van een hemels Paradijs.
Willem, bedankt om wie je was als broer en oom, als vriend en medebroeder. We bidden, dat je nu al mag delen in het leven van de verrezen Heer.
Voor uw medeleven, belangstelling en zorg tijdens zijn leven, zijn ziek zijn, als nu bij zijn afscheid zeggen wij u hartelijk dank.
Familie Spann
Oblaten van Franciscus van Sales
Op onze website: www.oblaten.osfs.nl
Elke vrijdag: een overdenking op het evangelie van de komende zondag door Wim Holterman
Elke maand: – Een mooie foto van Riky van de Vossenberg
– Het citaat van de maand van Hannemie van Dijck
– Een bericht uit het buitenland, Nuusbrokkies van
Martin van de Avoird
– Het Salesiaans Contact
Weet u nog iemand die geïnteresseerd is in het Salesiaans Contact; geef dan het emailadres aan ons door!


wat het voor jou heeft betekend om op de vlucht te zijn, en hoe het was om moeder van Jezus te zijn. Waar haalde jij de kracht vandaan om Hem trouw te blijven, zelfs toen Hij gemarteld werd, toen je Hem voorgoed moest loslaten? Voor ouders toch het ergste wat hen kan overkomen. Dat kan voor jou toch niet anders zijn geweest!

Thuis was ze niet meer welkom. Haar kamer in de stad kon ze niet meer betalen. Zo raakte ze dakloos; nu al weer bijna tien jaar geleden. ‘Er is nog weinig over van wie ik écht ben’, vertelt ze. ‘Het enige wat mij nog een beetje eigenwaarde geeft is dat ik me elke morgen een beetje mooi kan opmaken.’ De vrouw liet me een vuile plastic tas zien met allerlei make-up. Best veel voor mijn gevoel. Ze vertelde verder: ‘Elke maand, als het geld binnenkomt, maak ik het op aan drugs en drank. Maar een klein bedrag geef ik uit aan lippenstift of oogschaduw. Dat geeft me een goed gevoel. Deze maand is het er echter bij ingeschoten en heb ik niets voor mezelf kunnen kopen. Vandaar dat ik u om een euro vraag.’ Het valt even stil. Haar verhaal raakt mij. Ik ben er door ontroerd.







Louis Brisson legde met een handvol andere priesters de eerste kloosterge¬loften af in handen van de bisschop van Troyes. De meesten waren, net als hij zelf, al wat oudere ‘wereldhe¬ren’ die in het onderwijs werkten. Dat gebeurde in 1876, toen Pater Louis Brisson bijna zestig was. Als stichtingsdatum voor de Oblaten is gekozen 21 decem¬ber 1875, de dag waarop door ‘Rome’ de voorlopige goedkeuring gegeven werd. Zo aarzelend als Abbé Brisson aan het werk begon dat de Goede Moeder hem in naam van God oplegde (zij zelf stierf op 7 oktober 1875), zo ijverig heeft hij nog 33 jaar met grote energie aan de innerlijke en uiterlijke groei ervan gewerkt. Pas vijf jaar voor¬dat hij stierf verliet hij Troyes om te gaan wonen in een kleine woning in zijn geboortedorpje Plancy. De omstan-digheden dwongen hem daartoe. Want Frankrijk had weer een van haar anti¬kerkelijke kuren gekregen. Als jonge en nog nauwelijks opgemerkte stichting werden de Oblaten niet direct in hun voortbestaan bedreigd, maar toch waren ook voor hen voorzichtigheid en verstandig vooruitzien geboden. Ook had Brisson al snel een conflict met de bisschop van Troyes, want de congregatie was van het diocesane recht (viel onder verantwoordelijkheid van de lokale bisschop). Brisson zocht daarom contact met de Congregatie van de Propaganda Fide in Rome. Deze gaat over de missiegebieden. Brisson vroeg om aan de Oblaten een missegebied toe te wijzen. Het werd Zuid-Afrika. Vanaf dat moment viel de jonge congregatie rechtstreeks onder ‘Rome’ en was niet afhankelijk van de willekeur van bisschoppen; problemen met de bisschop van Troyes hadden de stichter genoeg leergeld doen betalen.
Lieve mensen, wellicht hebben jullie langs een of andere weg vernomen dat onze pater Willem Spann in januari een lelijke val heeft gemaakt. We hebben toen niet meteen het vermoeden gehad, dat dit een prelude was op het gaan naar zijn sterven. Enkele weken geleden is hij opnieuw gevallen en heeft hij bij nader inzien zijn heup gebroken. De artsen hebben getwijfeld of een operatie hem nog zou kunnen redden. Willem zelf was echter zo vol levenswil, dat hij uiteindelijk toch is geopereerd ondanks zijn hoge leeftijd en zijn zwakke hart. Maar helaas bleek na korte tijd dat zijn levenseinde niet ver meer kon zijn. Op de morgen van 8 april iets na negen uur is hij uiteindelijk heel rustig ingeslapen. Enerzijds kunnen we vrede hebben met zijn dood. We mogen dankbaar zijn voor zijn lange leven van bijna 92 jaar. Hij heeft bijna tot het einde toe zich kunnen en mogen inzetten voor onze congregatie. Ook al maakte hij geen deel uit van een Salesiaanse Kring, hij voelde zich er heel nauw mee verbonden. Tot op zijn zeer hoge leeftijd heeft hij gezorgd voor allerlei vertaalwerk. Hij had nog nieuwe plannen zelfs. Anderzijds voelen we heel intens de kwetsbaarheid van ons kleine en ouder wordende Oblatengroepje. Iemand, met wie je je zolang verbonden voelde door een hartelijke broederschap, moeten afgeven aan de dood slaat opnieuw een pijnlijke wonde op weg naar onze uiteindelijke voltooiing. Het enige dat ons overblijft is het vertrouwen, dat er over de grens van de dood heen een God is, die een ‘arm om Willems schouder’ slaat en hem thuis haalt, voorgoed.




Jezus beëindigt zijn inaugurale rede met de aankondiging van een ‘jubeljaar’, een ‘genadejaar van de Heer’. Voor de Joden een belangrijk jaar, dat op de grote Verzoendag wordt ingeluid met plechtig en lang aangehouden geschal op de ramshoorn (sjofar). In zo’n genadejaar worden schulden vereffend of kwijtgescholden. Slaven worden vrijgelaten. Zelfs de grond blijft een jaar braak liggen, want ook onze aarde mag niet worden uitgebuit. Kortom een jaar om met een schone lei te beginnen. Ook al is de werkelijkheid vaak wel wat weerbarstig, Jezus zet hier de toon voor zijn verdere leven. Zó anders als 20 januari jongstleden! Bevrijding in plaats van deportatie.
als missionaris in de Chablais. Voor hem geen machtsvertoon, geen grote lege woorden. Hij laat telkens zien, dat hij een ‘heilig hart’ heeft voor de mensen op zijn weg. In zijn boek ‘François de Sales’ vertelt pater Dirk Koster daar over, als hij o.a. schrijft over de tijd dat onze heilige de pas overleden bisschop Granier opvolgt in Annecy. ‘Als bisschopstaf koos hij een ranke staf, met in de krul een herder die een schaap op zijn schouders draagt. (…) Hij koos ervoor ruim aandacht te geven aan gebed, armoede en vasten. Hij wilde goedgeefs zijn en beschikbaar. Hij wilde regelmatig biechten en dagelijks de mis vieren.(…) Voor de wijding strekte François zich languit op de grond. Toen hij opstond zagen allen zijn gezicht glanzen als in geestverrukking. Hij voelde dat God de wijding in hem bezegelde en dat Maria hem in bescherming nam. Hij bleef lang onder de indruk van deze innerlijke gloed’ (blz. 91 – 92). Zijn bisschopswijding is een nieuwe stap op de weg van de navolging van Jezus. Op 25 januari hebben we als Salesiaanse Familie zijn leven feestelijk herdacht in de hoop en de verwachting dat die herdenking ons blijft aanzetten om – geïnspireerd en gesterkt door zijn voorbeeld – in zijn voetstappen verder te gaan. Moge hij voor ons een ‘doctor amoris’, een leermeester in de liefde, blijven. Wellicht als een goed tegenwicht van het gebeuren op 20 januari!
Op 25 januari vierden de oblaten samen met de Salesiaanse familie de feestdag van Franciscus van Sales in Eemnes.
Don Bosco (DB) leefde weliswaar zo’n 200 jaar later als Franciscus van Sales (FvS) maar bij alles wat hij deed was FvS zijn grote inspirator. Al tijdens zijn studietijd in Chieri en Turijn ontdekt DB deze heilige, die al in 1622 vastenpreken hield in Chieri. De spiritualiteit van FvS fascineerde hem. Met name de idee dat de liefde tot God onlosmakelijk verbonden is met de liefde tot de mens. En dat het er om gaat om de gewone dingen van elke dag op een buitengewone manier te doen, met zachtmoedigheid en geduld.


Na de boodschappen gedaan te hebben loop ik terug naar de auto. Weer kom ik dezelfde man tegen. En weer begroet hij mij enthousiast. Hij zal mij wel kennen van de parochie, zo denk ik. Na even twijfelen besluit ik het hem te vragen. ‘Of ik u van de parochie ken? Nee hoor, ik kom hier niet vandaan en heb helemaal niets met de parochie, ik heb geen geloof, daar ben ik niet mee opgegroeid.’ We raken met elkaar dieper in gesprek. Onder andere vertelt de man mij dat hij wel eens jaloers is op mensen die geloven. ‘Mensen die geloven, putten daar blijkbaar kracht uit en hebben altijd Iets of Iemand om op terug te vallen’, zegt hij, ‘maar jammer genoeg heb ik dat niet meegekregen en ook nooit geleerd.’
En dan natuurlijk op Koningsdag de 2 smulkramen, met wel 11 verschillende versnaperingen, zoals oliebollen, appelflappen, oranje tompoezen, oranje soezen, die altijd als warme broodjes over de toonbank gaan.
De gasten zullen op dinsdagmiddag 21 januari op Schiphol aankomen en vertrekken weer op maandagavond 27 januari. Er wordt dus hard gewerkt om de gasten een aantrekkelijk programma voor te schotelen. Een dagje Amsterdam, natuurlijk een rondleiding door Eemnes; bezoek aan een basisschool; en op de dag van aankomst vallen ze met hun neus in de boter, nou ja eigenlijk in de boerenkool. Op deze avond wordt de jaarlijkse boerenkoolavond als bedankje voor alle vrijwilligers van Friersdale gehouden. Meteen een goeie gelegenheid om elkaar te ontmoeten.



Moeder had grote invloed op vele terreinen, o.a. ook op de moraaltheologie. Samen met Louis Brisson stichtte ze de Oblaten van Frans van Sales en spoorde hen aan te leven volgens de richtlijnen van het Geestelijk Directorium. Louis Brisson verwees vaak naar de ’Weg’ van de Goede Moeder. Deze komt tot uiting in:






heen zonder dat we er iets aan kunnen doen. En dan roepen ministers en burgermeesters wel dat er streng opgetreden zal worden, maar het is zo ongrijpbaar.
zachtmoedigheid, daar hunkeren we vandaag de dag naar. Die eenvoud, daar willen we weer naar terug. Die liefde, daar verlangen we meer naar dan de gebalde vuisten van onze tijd doen vermoeden. Maar zo leven we, met gebalde vuisten van boosheid en korte lontjes, met priemende vingers die altijd de schuld bij de ander zoeken. Franciscus van Sales koos een andere weg. Hij durfde te wachten, onze patroon, hij vroeg om geduld met onszelf en de ander. Hij is meer dan ooit een appèl, in een tijd waarin we niet meer kunnen wachten. We hebben geen tijd voor suddervlees en soep die moet trekken. We hebben geen tijd voor onszelf en de ander. Franciscus van Sales is actueler dan ooit: leve de zachtmoedigheid en de eenvoud, het geduld om te leren wachten.