Archief van jaar: 2026

17e Zondag door het jaar

17e Zondag door het jaar
Koningen 3,5.7-12; Matteüs 13,44-52 of 44-46.

SCHATGRAVEN

Wat kostbaar is in onze ogen,
komt niet meteen aan het licht.
Soms wordt het zicht daarop belemmerd
door wat meer voor de hand ligt.
We worden verblind door de glans
en de schittering van luxe welvaart.
Wat echt kostbaar en belangrijk is,
is vaak bedolven onder de ballast
van ogenschijnlijke waarden.
Echt belangrijk is onze betekenis
voor anderen, voor de Ander.
Vriendschap en liefde,
gedeeld leven en samen gedragen pijn:
zij geven echte glans aan het leven.
Ons leven is kostbaar en waardevol
naarmate mensen iets om ons geven.
Maar ook omgekeerd:
wij worden meer mens naarmate
we iets voor anderen betekenen.
In ieder van ons zijn schatten begraven,
die opgedolven mogen worden.
Schatten van goedheid en geduld,
van geborgenheid geven en ontvangen.
Misschien is God wel de grootste schat,
als Hij diep in ons tot leven komt.
Zijn naam is toch: Ik ben er voor jou.
Hij geeft om veel om ons.
Hij daagt ook uit
om er te zijn voor anderen, voor Hem.
We mogen Hem opdelven in ons leven,
aanhoudend en eens voorgoed.

Wim Holterman osfs

 

16e Zondag door het jaar

16e Zondag door het jaar
Wijsheid 12,13.16-19; Matteüs 13,24-43 of 24-30.

 

WAT EEN GELUK

Het evangelie heeft een verrassende boodschap.
We worden aangesproken op het goede
dat in ieder van ons leeft.
We worden bevestigd in onze mogelijkheden.
Onze goede eigenschappen, onze inzet
en onze wens om in vrede met elkaar te leven
moeten alle kansen krijgen.
We worden niet vastgepind op onze onmacht,
op ons onvermogen om lief te hebben.
We worden niet veroordeeld om onze nalatigheid,
maar gestuwd om het goede te laten uitgroeien.

Staat dit niet haaks op onze levenswijze?
We staan gauw klaar met ons oordeel.
We hebben een scherp oog voor wat verkeerd is.
Daardoor raken we soms verblind
om het goede in de ander te zien.
Soms zijn we echte zwartkijkers,
die geen licht meer kunnen ontdekken.

Wat een geluk hebben we dan
als iemand ons wijst op het goede in ons.
Dat geeft nieuwe ruimte en bevrijding.
Het werkt als een extra stimulans
om de weg van het goede te vervolgen.
Wat een geluk hebben we,
dat de Heer van de akker
alle geduld met ons heeft.
Hij geeft telkens weer nieuwe kansen
en daagt ons uit om geduld te hebben
met elkaar, zodat het goede kan uitgroeien.

Wim Holterman osfs

15e Zondag door het jaar

15e Zondag door het jaar
Jesaja 55,10-11; Matteüs 13,1-23 of 1-9.

HET ONKRUID EN DE TARWE

‘Oordeelt niet en ge zult niet veroordeeld worden’:
dat is een wijze raad, die met ons mag meegaan.
Het evangelie voegt daar nog aan toe:
‘Geef het goede alle kans om uit te groeien’.
Het goede in ons is zo kwetsbaar,
dat we er heel behoedzaam mee om moeten gaan.
Daarom wordt ons toegevoegd
om ons niet zozeer druk te maken om het onkruid.
Belangrijker is onze aandacht voor de tarwe.
Die boodschap is feitelijk een vraag aan ons
om met andere ogen te gaan zien.
We mogen geloven in het goede
en daaraan steeds opnieuw voorrang geven.
We hoeven daarbij het kwade, het onkruid,
niet uit het oog te verliezen, het niet uit te roeien.
Juist door anderen te bevestigen in het goede,
bestaat de kans, dat het kwade niet uitgroeit.
Door het goede alle kansen te geven,
wordt het kwaad wellicht overwoekert.

In zijn leven maakt Jezus dit heel duidelijk.
Hij staat als tarwe tussen het onkruid.
Hij blijft gaan voor goedheid en liefde.
Voor mensen aan de kant is Hij als een vriend.
Zijn goede woorden en gebaren
doen anderen opstaan en nieuwe wegen gaan.
Daardoor wordt Hij voor mensen
nieuw uitzicht, nieuwe toekomst.
Door zijn aanhoudende goedheid
vindt zijn boodschap gehoor
en kunnen mensen opstaan
en zelf nieuwe wegen van liefde en recht gaan.
Door Hem komt goedheid aan de macht,
toen al, ook nu nog en eens voorgoed.

Wim Holterman osfs

 

Foto van de maand

Hoog zomer!

 

14e Zondag door het jaar

14e Zondag door het jaar
Zacharia 9,9-10; Matteüs11,25-30.

EEN LICHTE LAST

Jezus laat zich zien aan ons
als een echte mensenkenner.
Hij stelt wel hoge eisen aan mensen,
maar overvraagt hen niet.
Hij eist niet het onmogelijke,
maar Hij daagt uit tot het haalbare.
Zijn last is niet te zwaar,
temeer daar Hij vraagt
hem samen in solidariteit te dragen.
Zijn enige gebod van de liefde
kan Hij niemand afdwingen.
Daarom bevestigt Hij mensen
en zet hen in de goede richting.
Bij Hem geen muggenzifterij,
geen onnodige lasten.
Jezus geeft mensen ruimte:
ruimte om te leven,
ruimte om zichzelf te zijn.
Hij geeft aan, dat liefde alleen
richting en zin kan geven
aan het leven van een mens.
Liefde geeft kracht en energie,
zodat mensen boven zichzelf
worden uit geheven.
Met liefde als krachtbron
is niets te zwaar of te moeilijk.
Liefde geeft aan het leven vleugels.

Wim Holterman osfs

13e Zondag door het jaar

13e Zondag door het jaar
Koningen 4,8-11.14-16a; Matteüs 10.37-42.

EEN BEKER KOUD WATER

Het evangelie vraagt niet het onmogelijke.
Het gaat niet om bovenmenselijke goedheid.
Wel om eenvoudige hartelijkheid!
Eigenbelang en zelfverheerlijking
moeten wel doorbroken worden.
Leven is ruimte durven geven,
openingen maken naar anderen.
Het is weldadig als een ander
zomaar mag binnenkomen in je leven.
Dat brengt je leven op een hoger plan.
Je mag met elkaar delen
van je bereidheid om te luisteren,
om te vergeven, om te inspireren.
Je mag deuren openen naar anderen,
zodat er ruimte komt voor het verhaal
van pijn, van verdriet, maar ook van vreugde.
Het evangelie daagt uit om los te komen
van pijnlijk eigenbelang,
van een beklemmend eiland-denken.
In aanleg ben je als mens
gericht op een ander, op anderen.
‘Ieder voor zich’ doet afbreuk
aan een evenwichtig leven.
Egoïsme zet je op een verkeerd been.
Het sluit de weg naar de ander af.
En zo kun je nooit bij jezelf thuiskomen.
Daarom die voortdurende uitdaging:
doorbreek de cirkel van je eigen ik.
Denk niet, dat dat onmogelijk is.
Iets eenvoudigs als een beker koud water
kan al voldoende zijn.

Wim Holterman osfs

 

12e Zondag door het jaar

12e Zondag door het jaar
Jeremia 20,10-13; Matteüs 10,26-33.

WEES NIET BANG …

Angst is het ergste,
dat een mens kan overkomen.
Angst verlamt en verstikt.
Ze is als een wurggreep:
ze kan dodelijk zijn.
Ze houdt mensen vast,
zodat ze niet voor-
of achteruit kunnen.
Ze neemt alle uitzicht weg,
ze werkt verblindend.

Angst staat haaks
op de boodschap van Jezus.
Hij staat voor leven,
voor bevrijding en toekomst.
Hij leeft voorbij de dood.
Hij weet zich geborgen
en veilig in Gods hand
Daarom kan niemand en niets
Hem tegenhouden.
Hij laat zich niet afschrikken,
niet door geweld of macht.

Wees niet bang:
dat blijft in ons naklinken.
Want nu is het onze beurt
om te werken aan Zijn ideaal.
We mogen blijven getuigen,
wetend dat niemand
ons kan klein krijgen.
We zijn méér dan een mus.
God staat achter ons
en voor ons.
We hebben niets te vrezen.
Wees niet bang:
’t is een kwestie
van gelovig vertrouwen
in het ideaal van Jezus
en in Gods bescherming.

Wim Holterman osfs

11e Zondag door het jaar

11e Zondag door het jaar
Exodus 19,2-6a; Matteüs 9,36-10,8

 

WE GAAN ER VOOR

Ons leven gaat over ongebaande wegen.
We worden geconfronteerd met lijden van mensen.
Hardheid en wreedheid is alom troef.
Oorlogen zitten mensen in het bloed.
Beelden van de televisie zetten zich vast
op ons netvlies; we worden er door geraakt.
We zijn ervan ondersteboven.
Alles in ons komt in opstand.
Hoe is het in Godsnaam mogelijk,
dat mensen zo met elkaar omgaan?
Maar tegelijk worden we opgeroepen
om op weg te gaan,
om zelf een goede en bevrijdende boodschap te worden.
Christenen zijn mensen, die er voor gaan.
Ze sluiten zich aaneen en weten zich gezonden
om de spiraal van doods geweld te doorbreken.
Wij zijn die mensen,
die de melaatsen van nu mogen genezen.
Wij gaan er voor, dat al die mensen,
die gebrandmerkt door het leven moeten gaan,
herkend en erkend worden.
Het is ons een zorg, dat schandpalen
omver worden gehaald.
Wij mogen het ons aanrekenen,
als mensen – dichtbij en veraf –
nog leven in onvrede of in onmin.
Wij gaan er voor, voor die Blijde Boodschap.
En we blijven op zoek naar medestanders.

Wim Holterman osfs

Sacramentsdag

Sacramentsdag

GEDEELD EN GEBROKEN BROOD

Een laatste woord, een laatste gebaar
van iemand, die ons lief is,
blijft ons levenslang bij.
Ze zijn als een samenvatting van een leven.
En ze zeggen iets over de geleefde geest,
die daardoor aan ons wordt overgegeven.
Zulke woorden en gebaren
zijn veelzeggend en een grote rijkdom.
Aan het einde van zijn leven,
met de macht van de dood voor ogen,
nam Jezus wat brood en deelde het.
Mijn lichaam, mijn leven voor jullie gegeven.
Dat gebaar, die woorden van toen,
gaan al tweeduizend jaar met mensen mee.
Ze zijn als een levend verhaal.
Dat brood smaakt naar de slavernij van Egypte.
Het is bevrijdingsbrood en leeftocht
voor de woestijn van het leven.
Het is ook het verhaal van het levensbrood,
dat Jezus voor velen is.
Als geen ander gunt Hij volop leven,
gezondheid en innerlijke vrede.
Daarvoor geeft Hij zijn beste krachten,
zijn lichaam, zijn leven, aan ons gegeven.
Het is geen voer voor theologen,
maar een oprecht gebaar van volgehouden liefde.
En ‘als wij dan eten van dat brood’
dan nemen we zijn levenswijze over.
Hij komt in ons leven als brood om te leven,
als voedsel om de woestijn te overleven.
Dat ultieme gebaar gedenken is:
Zijn leven in ons opnemen;
Het door ons heen laten gaan.
Daardoor gesterkt en gevoed
maken we Zijn levenswijze tot de onze.
En we weten het: ons leven wint aan waarde
als we het breken en delen met elkaar,
als we het gebrokene in ons leven delen.
Hem gedenken is niet zoetsappig leven,
maar uitgedaagd worden
om zelf breekbaar te leven en te delen.
Maar dan wel gebroken en gedeeld
om te leven volop en voluit.
Dat vertelt ons het verhaal van het brood,
dat gebroken en gedeeld moet worden
om Zijn leven nooit te vergeten.

Wim Holterman osfs

Foto van de maand juni

Mooi gezellig zomers plaatje uit Griendtsveen